inleiding
De Countertechniek is het bewegingssysteem dat Anouk van Dijk in de afgelopen 20 jaar heeft ontwikkeld tijdens haar carrière als danseres, choreograaf en docent. De Countertechniek is een methode die dansers helpt in het denken over het dansende lichaam. Alhoewel de fysieke vaardigheden die worden aangeleerd kunnen worden gebruikt in het choreografische proces, is de Countertechniek geen middel om mee te choreograferen. De techniek helpt dansers om te gaan met de dagelijkse praktijk van optreden, repeteren en trainen.
Anouk van Dijk ontwikkelde de methode tijdens haar carrière als danser, choreograaf en docent, constant terugkoppelend en in dialoog met haar dansers. Nadat ze al vele jaren les had gegeven in de methode, is zij in 2006 begonnen om het gebruik van de techniek in de praktijk terug te vertalen naar een theoretisch kader. Deze kennis wordt overgedragen aan en constant getest en geëvalueerd door een groeiend aantal docenten in de techniek, die regelmatig bijeenkomen voor de CounterTechnique Teachers Training (CTTT). Het theoretische kader wordt als referentie gebruikt door zowel dansers als docenten.
In de Countertechniek leren dansers om vloeiender, groter en meer ruimtelijk te bewegen, en om tegelijkertijd sterk en flexibel te worden. Ze raken hun angst om risico’s te nemen kwijt en kunnen sneller van richting veranderen, ook op onverwachte momenten. In de training wordt informatie gebruikt die direct invloed heeft op de handeling van dat moment, waardoor dansers zich minder richten op het eindresultaat en ook minder zorgen en onzekerheid daarover hebben. In een Countertechniek les worden de dansers aangemoedigd om proactief verbanden te leggen en oplossingen te vinden, om minder bezig te zijn met het beoordelen van zichzelf en om op een mentaal en fysiek gezonde manier te werken.
Om te lezen welke uitgangspunten de Countertechniek hiervoor hanteert, lees hieronder verder.
Eind jaren 80 kwam Anouk van Dijk in aanraking met de Alexander techniek, op een moment waarop ze onder extreme fysieke en mentale druk stond in haar carrière als danseres. Door gebruik te maken van de principes van het ‘richting geven’ (directing) uit de Alexander techniek, kon ze veel efficiënter met haar energie omgaan. Het bleek echter moeilijk om bij extremere manieren van bewegen het richting geven vol te houden zonder toch te verkrampen of te veel spierkracht te gebruiken. Dat komt doordat, als je het eigenlijke gewicht van een lichaamsdeel de ruimte in stuurt en daarbij zo min mogelijk overtollige spanning wilt hebben, dit lichaamsdeel ook het gewicht van het hele lichaam die richting op trekt. Om niet om te vallen zul je dan ofwel verkrampen of toch overbodige spierkracht gebruiken. En dat blokkeert de beweging en de bewegelijkheid. Door een ander deel van je lichaam in de tegengestelde richting te sturen – ook het gewicht van dat lichaamsdeel – creëer je een nieuwe balans: een dynamische balans. Deze dynamische balans vermindert de algehele druk op het lichaam en kan op ieder moment veranderd worden. Als het gewicht op deze manier ruimtelijk wordt verdeeld, kost bewegen minder energie en wordt een grotere controle over het gehele lichaam mogelijk.
Het werken met deze dynamische balans werd de centrale focus in de Countertechniek lessen en ook in het creatie proces van voorstellingen wordt de techniek constant gebruikt: het geeft de dansers meer fysieke mogelijkheden, helpt de nuancering in bewegingskwaliteit en is een middel waarmee de dansers tijdens het dansen beter contact kunnen maken met hun publiek. Op een veilige manier kunnen fysieke grenzen worden opgezocht en verlegd. Hoewel het idee van richting en tegen richting geven heel eenvoudig is, zijn er zeer vele implicaties en mogelijkheden, zowel fysiek als mentaal. Om hiervan een overzicht te kunnen hebben is de Countertechniek opgedeeld in drie categorieën (WHY, WHAT and HOW). Elke categorie helpt je om één van de volgende drie vragen te beantwoorden:
WAAROM GEBRUIKEN WE RICHTINGEN EN TEGENRICHTINGEN? (WHY)
WAT ZIJN DE MOGELIJKHEDEN? (WHAT)
HOE DOE IK DAT OP EEN EFFECTIEVE MANIER? (HOW)
De antwoorden op deze drie vragen vormen de COUNTERTECHNIEK TOOLBOX. De dansers kunnen de tools zelf actief gebruiken tijdens het dagelijkse opwarmen, trainen en dansen.
Dit actieve gebruik noemen we SCANNING. Scanning is een leidraad voor lichaam en geest. Scanning is het constructieve alternatief voor ‘hard je best doen’. Scanning helpt je om in het moment te blijven. Alle informatie is systematisch geordend in de toolbox en vormt zo als het ware een plattegrond in het hoofd van de danser. De Countertechniek is daarmee ook een mentale techniek. De toolbox helpt de danser informatie te vinden en ook hoe die informatie praktisch toe te passen is. Het is geen willekeurige verzameling van handige tips, maar het is een uitgewerkte methode met onderliggende principes die dansers kunnen leren en kunnen omzetten in een fysieke ervaring. Zo kan de danser antwoorden vinden op vragen die bij het trainen, dansen en herstellen aan bod komen.
Dansers kunnen de informatie uit de Countertechniek ook toepassen in andere techniek lessen zoals bijvoorbeeld de ballet les; ze kunnen het gebruiken bij stretchen, krachttraining en bij het opbouwen van uithoudingsvermogen. Het uiteindelijke doel is dat dansers de principes zelf actief leren toepassen zodat ze niet constant afhankelijk blijven van een docent. Door te begrijpen hoe de toolbox werkt worden dansers – zowel studenten als professionals - meer persoonlijk betrokken bij hun eigen, doorgaande ontwikkeling als danser en performer.
DE COUNTERTECHNIEK TOOLBOX:
WHY
principles of
directing and counter directing
WHAT
directions and
counter directions HOW
physical parameters
SCANNING
(you)
HOW
mental parameters HOW
body in space
HOW
basic facts of
anatomy